![]() |
|
| scriptvoorbeeld "EEUWig IN DE WAR" | |
|
|
EEUWig IN DE WAR
Spelers
Minimaal 10 Spelers. 1 jongen, 4 mannen, 5 vrouwen. En eventueel 2 jongens.
Rolverdeling
Decor Twee middeleeuwse huisjes met deur. Het stuk speelt zich op straat af.
Korte inhoud Leentje wordt verdacht van hekserij. Het volk wil haar op de brandstapel. Gelukkig krijgt ze hulp vanuit een onverwachte hoek. En wel van….iemand uit de 21e eeuw.
Duur Ruim 50 minuten.
Genre Komedie
Het stuk vangt aan met Middeleeuwse muziek. Van links komen twee schoffies op met modder ( of rijpe tomaat) in hun handen.
Schoffie 1 ( wijst naar Leentjes deur) Hier woont ze. Schoffie 2 Vuile heks!
Ze smijten de modder/tomaat tegen de deur van Leentjes huis.
Schoffie 1 Dat is haar verdiende loon. Schoffie 2 Wat heeft ze eigenlijk gedaan? Schoffie 1 Dat weet ik niet precies, maar het is zeker dat ze een heks is. Schoffie 2 ( terwijl beiden rechts afgaan) Ik ben bang van heksen. Schoffie 1 Ze zeggen dat die ’s nachts met hun bezem rondvliegen, Schoffie 2 En strooien dan duivelse poeder op onze huizen.
De schoffies zijn rechts af.
Het is stil op straat wanneer er van links een vrouw ( Beerte) in oude lompen verschijnt. Ze kijkt om zich heen, legt een stoffen zak voor haar neer, knielt en gaat vervolgens op haar onderbenen zitten. Haar rok legt ze erover heen zodat het net lijkt of ze geen benen heeft. Van de stoffen zak heeft ze een soort geldkommetje gemaakt. Haar gezicht verschuilt ze onder het hoofddoek.
* Hier is de mogelijkheid om figuranten als passanten door de straat laten lopen die op haar reageren of haar ontwijken.
Bezwout komt aangelopen.
Beerte Schone man, heb meelij met mij Geef een muntstuk en maak me blij Ik kan lopen noch staan Zonder benen kan ik niet gaan Nergens krijg ik werk Zelfs niet in klooster of kerk Ik ben een arme vrouw en kan niet lopen Help me, help me om een brood te kopen. Bezwout Ge zult uw eigen moeten helpen. Ik heb niks te makken. Wat denkt ge wel niet! Ik moet hard werken voor het zure brood. Als ik iets weggeef wordt dat mijn dood. ( naar publiek toe) Hé! Ik kan ook rijmen! ( tegen Beerte) Dus vrouw, ge zult iets anders moeten verzinnen dan dat bedelarijgedoe. (kijkt haar eens goed aan, Beerte verstopt haar gezicht achter het doek maar Bezwout doet het doek opzij) Maar ik weet wie gij zijt! De dochter van de schoenmaker! Ik zag u gisteren nog door de straten lopen. Verdient uw vader niet genoeg om te zorgen voor zijn dochter? Gij bent niet kreupel, gij spot met de minderbedeelden! Schaamt u!
Beerte doet haar hoofd beschaamd omlaag.
Beerte Het spijt me, heer Bezwout. Mijn vader is streng. Hij jaagt me de straat op om geld te verdienen als dame van lichte zeden. Maar dat wil ik niet, stel je voor dat ik de pest krijg! Daarom doe ik alsof ik kreupel ben en hoop zo geld bijeen te sprokkelen. Als ik maar met munten thuiskom, dan is mijn vader tevreden. Bezwout Als je me die dienst had gegeven, zou ik je wel wat hebben gegeven. Beerte Maar heer Bezwout! Gij hoort toch bij Helena, uw vrouw?!
Helena komt uit de deur naar buiten.
Helena Bezwout? ( ziet hem) Ha, daar bent gij. Schiet maar eens op, de pap wordt koud. ( ziet Beerte) Wie bent gij? Beerte ( Beerte verschuilt haar gezicht weer onder haar hoofddoek) Schone vrouw, heb meelij Geef een muntstuk aan mij Ik ben een arme vrouw en kan niet lopen Help me om een brood te kopen. Helena Och mens, we moeten zelf hard werken voor ons brood. Dat geven we niet zomaar weg aan een bedelares. Vooruit, scheer je weg, voddenwijf!
Beerte blijft zitten.
Helena Wat zeg ik nou? Ga ergens anders schooien. Als gij hier maar verdwijnt! Bezwout Ze zegt dat ze niet kan lopen. Helena Ze kan niet lopen? Maak dat de kat wijs! Hoe bent gij dan hier gekomen? (dreigend) Wacht maar eens, ik zal zorgen dat gij dadelijk heel hard zult lopen. (roept) Ik zou maar snel wegwezen, voordat ik terug ben!
Helena weer naar binnen.
Beerte ( nieuwsgierig) Wat gaat zij doen? Bezwout Wat ze altijd doet met zwervers…. Beerte En dat is? Bezwout ( overdreven) Ze pakt een grote ketel met gloeiend heet water en gooit dat over je heen. Beerte Nee toch!? Bezwout Ja, echt! Als je geluk hebt tenminste, want het kan ook een pot hete olie zijn! Beerte Olie? (blijft standvastig zitten) Ze doet maar. Al gooit ze zwarte pek over me heen, ik b-l-ij-f zitten!
Helena komt weer naar buiten.
Helena Is ze weg? Bezwout Nee, uwe slimme list werkt deze keer niet. Ze trapt er niet in. Helena (tegen Beerte) Vort, wegwezen gij! Als ge niet snel weggaat, zult gij het niet overleven. Ik ga nu een pot hete olie halen. Dus zorg maar dat ge dadelijk verdwenen bent.(maakt aanstalten om weer naar binnen te gaan) Beerte Daar trap ik niet in. Gij gaat geen olie aan mij verspillen,veel te kostbaar! Ge zult iets anders moeten verzinnen om mij weg te jagen. Helena ( wordt boos) Ga van onze straat af! Wij wonen hier! Beerte Deze straat is niet van jullie maar van de landheer ( wijst richting linksboven) die daar boven in het kasteel woont. Helena Ik wil geen bedelares voor mijn deur! Bezwout ( sust Helena, dan tegen Beerte) Klop maar aan bij onze buurvrouw. Die zal je wel wat geven. En anders vraagt ze wel raad aan de duivel.
Beerte schrikt overeind. Bij deze woorden gaat ze wel staan.
Beerte ( verschrikt) D-de duivel!? Bezwout Ja, Leentje is bezeten! Helena Ze is een heks! Ze heeft de kleine jongen Calzijn vergiftigd. Bezwout Het is gisteren gebeurd, toen ze buiten aan het vegen was……
Binnentheater: Het gedeelte waar Helena, Bezwout en Beerte staan verdonkerd. Spot richt zich op Leentje die voor haar huis gaat vegen. Calzijn komt op, spelend met zijn tol. Straattheater: Helena, Bezwout en Beerte “bevriezen”. Leentje komt uit haar huis om haar stoep te vegen. Calzijn komt op, spelend met zijn tol.
Calzijn Hallo Leentje. Leentje Dag Calzijn, hoe gaat het met je jongen? Calzijn Niet zo goed, we hebben niets meer te eten. Mama heeft me de straat op gestuurd om te bedelen. Maar mijn maag knort de hele tijd, ik heb zo’n erge honger. Leentje Maar jongen toch, hebben jullie geen munten meer om een stuk brood te kopen? Calzijn Nee, mama moet veel belasting betalen aan de landheer. Ze houdt niet genoeg over om brood te bakken voor ons allemaal. Leentje Och arme jongen, dan heb je vast honger. Maar misschien kan ik je helpen. Ik heb gisteren koek gebakken en ik heb nog wel een stuk over. Lust je dat? Calzijn O ja, ik ben dol op koek! Dat zal mijn honger wel stillen. Leentje Kom dan maar mee naar binnen, dan krijg je er een..
Binnentheater: Leentje met Calzijn naar binnen, licht aan bij Helena, Bezwout en Beerte. Straattheater: Leentje met Calzijn naar binnen, de drie anderen komen weer in beweging.
Bezwout Ze gingen samen naar binnen en Calzijn kwam terug met een stuk koek wat hij gretig opat en vanochtend… was hij doodziek! Helena Ge vertelt het niet goed want het is nog veel erger! Luister maar……. Ze kwam naar buiten toen de jonge Calzijn aan kwam lopen……
Binnentheater: Bij Helena, Bezwout en Beerte wordt het donker, spot op de deur van Leentjes huis. Leentje komt naar buiten en gaat vegen. Calzijn komt eraan met tol. Straattheater: Helena, Bezwout en Berte “bevriezen”, Leentje komt naar buiten , Calzijn komt eraan met tol.
Calzijn Hallo, Leentje. Leentje Dag Calzijn, hoe gaat het met je jongen? Calzijn Goed! Ik ben met mijn tol aan het spelen. Leentje Ik heb een lekkere koek gebakken. Wil je een stuk? Calzijn Ik heb net gegeten en mama zegt dat ik niets van anderen aan mag nemen. Leentje Maar mijn koek is heel lekker.Toe, proef een stukje… Calzijn Nee! Ik ben een gehoorzaam ventje. Ik luister altijd naar mijn ouders. Leentje (dreigend) Gij zult een stuk koek pakken! Of ge wilt of niet! Eet!
Leentje propt een stuk koek in Calzijns mond.
Leentje Lekker, he!! Ha ha ha. En morgen zult gij ziek zijn, ha ha ha.
Leentje af in haar huis, Calzijn holt huilend weg. Binnentheater: Spot uit, licht aan bij Helena, Bezwout en Beerte. Straattheater: het drietal komt weer in beweging.
Helena ( vertelt verder) En zo dwong ze de arme jongen om een koek te eten. Gisteravond werd hij ziek en nu ligt hij al op sterven! Beerte (ontdaan) M-maar dat is verschrikkelijk! Helena Dat is het zeker! Maar wel de harde waarheid! Iedereen moet het weten: onze buurvrouw is een heks! Beerte ( wordt bang) I-ik geloof dat ik maar eens ga, i-ik heb het nog druk vandaag. Bezwout Ga maar gauw, voordat ze uit haar huis komt en jou ook betovert!
Beerte gaat er snel vandoor, rechts af terwijl Aelwijn van links opkomt.
Aelwijn Vader, moeder! Wie is die vrouw die er zo snel vandoor gaat? Bezwout Dat is Beerte, de dochter van de schoenmaker. Aelwijn De dochter van de schoenmaker? Zij? Ze lijkt wel een zwerfster! Wat deed ze hier op straat? Bezwout Ze is een hoer, mijn jongen! Een echte hoer. Dus pas maar op! Aelwijn ( verbaasd) Dat had ik nooit van haar gedacht. Helena Wat je vader zegt is waar. Blijf uit haar buurt, voor je het weet hebt ge een enge ziekte! Aelwijn Over ziekte gesproken, hoe is het met de jonge Calzijn? Bezwout Slecht. Helena Nog erger dan slecht. Hij is doodziek! Bezwout Hij heeft zwarte vlekken op zijn arm. Helena …..en bulten onder zijn oksel. Bezwout Ze zeggen dat hij de Pest heeft!! Aelwijn De Pest? ( in paniek) Heerst de Pest weer? Helena De ellende is weer begonnen! Wat ik je zeg! Door die koek is de Pest weer in het land! Aelwijn Koek? Helena Leentje gaf een behekste koek aan Calzijn en nu is hij doodziek. Aelwijn En Leentje krijgt daar de schuld van? Helena Natuurlijk want zij heeft ‘t ook gedaan! Bezwout Het is duivelswerk! Helena Precies! Aelwijn ( gelooft het niet) Misschien is er een andere reden waarom Calzijn ziek is? Bezwout Ik denk het niet, wat gij vrouw? Helena Was het maar waar! Hoor wat ik je zeg, de buurvrouw is een heks. Zij is de dader, die duivelin! Zij heeft Calzijn vergiftigd! En…zowaar ik het zeg….blijf uit haar buurt!! Voor ge het weet maakt ze jou ook ziek! Aelwijn Nou nou, zo’n vaart zal het niet lopen…. Bezwout Pas maar op jongen, ik wil niet dat gij nog contact met haar hebt. Aelwijn Maar Leentje is gewoon een aardige buurvrouw! Ik heb het altijd goed met haar kunnen vinden. Mag ik haar nu ineens niet meer opzoeken? Alleen maar omdat jullie zo iets stoms bedenken? Helena We bedenken niets, het is echt waar! Aliken heeft het gezien! Aelwijn Maar Aliken is de grootste roddelaarster van de stad! Ge moet haar niet geloven. Helena Ze is niet de enige, Hildegond heeft het ook gezien. Aelwijn Welja, Aliken en Hildegond zijn vriendinnen. Twee handen op een buik. Wat de een zegt, gelooft de ander ook. Als ik u was zou ik eens met Leentje gaan praten en vragen hoe het zit. Misschien kan zij de waarheid vertellen. Helena Praten? Met haar? ( kijkt richting Leentjes huis en houdt dan haar wijsvinger voor haar lippen, ze waant om stilte) Pas maar op dat ze het niet hoort anders bent gij het volgende slachtoffer en krijgen we straks allemaal de pest! Aelwijn Leentje die zorgt dat ik de Pest krijg? Laat me niet lachen. Ze is onschuldig. Daar ben ik van overtuigd. Voor haar steek ik mijn handen in het vuur. Bezwout Niet doen, jongen! Anders verbrandt gij ze en kunt gij uw handen niet meer gebruiken om te werken. Dan moeten wij ook aan het bedelen gaan. Helena Vooruit! We gaan naar binnen,we moeten nog eten. (Kijkt naar boven) En snel ook want de zon staat al hoog aan de hemel, we moeten nog oogsten.
Het drietal gaat af, Helena als laatste.
Aelwijn We eten toch niet weer gortepap, hè? Bezwout Niet zeuren, jongen. Gortepap is gezond. Kom, vooruit, naar binnen.
Aelwijn en Bezwout zijn het huis ingegaan, Helena wil het huis binnengaan, net op dat moment komt Leentje op, met bezem. Helena kijkt haar smerig aan, Leentje heeft een vriendelijke blik.
Leentje Dag buurvrouw. Hoe gaat het?
Helena zegt niets en snelt naar binnen.
Leentje (haalt haar schouders op) Ook goedemorgen, zeg! ( Leentje gaat haar stoep vegen, mijmerend ) Een beetje vriendelijkheid kan er niet meer af. Misschien zit ze in haar maand, dat zal de oorzaak zijn. Twee dagen geleden kwam Helena nog, zoals gewoonlijk, weer wat lenen bij me. Ze neemt mijn naam dan toch wel heel erg letterlijk. Leentje. Waarom moest ik zonodig deze naam krijgen? Vroeger was Leentje wel leuk. Maar als je volwassen bent, wordt je moe van dat ge-tje achter je naam – pje.
Er komen twee vrouwen voorbij, al roddelend en wijzend naar Leentje.
Leentje Goedemorgen Aliken en Hildegond. Genieten jullie ook zo van het weer? Aliken Waag het niet om ons bij naam te noemen! Ge wilt ons zeker ook beheksen, hè?! Hildegond Ge blijft met je duivelse tengels van ons af! Aliken ( tegen Hildegond, wijzend naar Leentje) Ziet ge wel, ze is weer met die bezem bezig. ’s Nachts vliegt ze ermee rond. Hildegond ….om bevloekte spreuken over onze huizen te strooien! Geef het maar toe, duivelse, akelige, godslasterende heks! Leentje ( totaal beduusd en ontdaan) W-waar hebben jullie het over? Wat heb ik misdaan? Aliken ( imiteert Leentje) W-waar hebben jullie het over? Wat heb ik misdaan? Zie je wel! Ze is een echte heks. Die spelen altijd de onschuldige. (tegen Leentje) En dat is het bewijs dat gij er een bent! Hildegond Beïnvloed door de duivel, misschien ook wel door hem ontmaagd! Aliken ( overdreven) Ohhh! Leentje Zeg me alsjeblieft dat dit een grapje is. Waar hebben jullie het in godsnaam over? Aliken In Godsnaam? In GODSNAAM!? Hoe durf je Gods naam te gebruiken, gevloekte duivelin! Leentje Ik ga trouw elke ochtend naar de kerk. Ik bid drie keer per dag en ik probeer niet te zondigen. Waarom doen jullie zo tegen mij? Hildegond Het is schandalig dat jij je nog in de kerk durft te vertonen. Gij….gij brenger van de Pest! Gij wilt ons laten sterven, geef het maar toe. Leentje M-m-maar…………. Aliken ( tegen Hildegond) Hoor je dat? Ze gaat ervan stotteren, die feeks. ( tegen Leentje) ik waarschuw je, van mijn kinderen blijft gij af! Als ge onze Gilken en Niese ooit een koek waagt te geven, ben ik nog niet klaar met je! Let op mijn woorden!!
Aelwijn op.
Hildegond Kom Aliken, ik wil hier snel weg. Ik wil niets met die feeks te maken hebben. (spuugt richting Leentje)
Hildegond en Aliken af. Leentje kijkt de vrouwen totaal ontredderd en verbouwereerd na. Ze begint te huilen.
Aelwijn Leentje. Hoe …(dan ziet hij dat Leentje huilt) Wat is er? ( Aelwijn loopt naar Leentje en legt zijn arm om haar schouder) Ik denk dat ik het al weet. Ze zeggen dat gij een heks bent, hè? ( Leentje knikt) Ze verzinnen maar wat. De boze tongen beweren dat gij een koek aan Calzijn hebt gegeven. Leentje (reageert verbaasd) Maar dat heb ik ook gedaan. Aelwijn Hebt gij hem wel een koek gegeven? Leentje Ja, wat is daar mis mee? Aelwijn Ze zeggen dat een behekste koek was. Leentje Helemaal niet! Het was een bestrooide koek met krenten. De jonge Calzijn had zo’n honger en ik wilde hem helpen. Aelwijn ( denkt na) Natuurlijk wilde gij hem helpen. Ik twijfel daar niet aan. Maar Calzijn is daarna erg ziek geworden. De mensen zeggen dat gij hem betoverd hebt. Leentje Betoverd? Ik zou niet weten hoe ik dat zou moeten doen! Aelwijn Hij kan zich niet meer bewegen. Hij schijnt te lijden aan de Pest. Leentje ( schrikt) De Pest? ( vraagt zich af) Hoe kan ik hem nou de Pest bezorgen?
Helena op. Ziet Aelwijn met Leentje en roept naar hem.
Helena Aelwijn! Kom onmiddellijk hier!! Aelwijn M-maar… Helena HIER KOMEN! Aelwijn ( tegen Leentje) Ik moet gaan maar ik spreek je nog. Hou vol Leentje.
Aelwijn loopt naar Helena. Helena pakt hem bij zijn oren.
Helena Naar binnen gij!
Aelwijn naar binnen. Helena ook en gooit de deur dicht. Leentje blijft ontredderd en alleen achter. Even valt er een stilte. Op dit moment komt Dolf ten tonele. Met special effect kan duidelijk gemaakt worden dat hij middels een (tijd)machine in de Middeleeuwen komt.
Binnentheater: gebruik maken van geluid- en lichteffecten, evt. middels een wolk van rook Dolf laten verschijnen. Straattheater: gebruikmaking van geluideffect, bv. Een soort “woesj”geluid waarop Dolf verschijnt. Eventueel komt hij met hoge snelheid vanachter het decor op en valt vlakbij Leentje op de grond.
Leentje schrikt overeind en staart verbaasd naar de jongen in spijkerbroek. Dolf kijkt ook verbaasd om zich heen en ziet dan Leentje.
Dolf Ben ik alweer in de Middeleeuwen beland? Leentje ( geschrokken door de plotselinge aanwezigheid van Dolf, niet begrijpend waar hij het over heeft) D-de Middeleeuwen? Dolf De Middeleeuwen, ja. Zo noemen we deze tijd in de geschiedenisboeken, maar dat kan jij natuurlijk niet weten (Leentje is stomverbaasd en bekijkt Dolf van top tot teen) Leentje W-wat ziet gij er vreemd uit! Dolf ( strijkt met zijn handen door zijn haren) Heb ik weer eens veel te veel gel in mijn haren gedaan, zeker? Ons mam zei het vanochtend nog: ( doet moeders stem na) “Dolf, als jij altijd zoveel gel in je haar doet, blijven ze nog eens voor eeuwig overeind staan of , in het ergste geval, vallen ze uit. En dan wordt je voor altijd kaal!”.. Tja, ik moet zeggen dat ik dat toch niet zo leuk zal vinden. (meer tegen zichzelf) Misschien moet ik toch eens wat minder gel gaan gebruiken, die pot is ook zo snel leeg, kost me trouwens ook handen vol geld… en dat geef ik toch liever aan het stappen uit! Leentje ( doet een stap achteruit, wordt bang) W-wie bent gij? Dolf ( komt tot de ontdekking dat het voor Leentje wel een rare ervaring zal zijn…..) Och verdorie!! Wat stom van me! Je bent je natuurlijk rot geschrokken van me! Leentje Rot? Dolf Ik bedoel “flink geschrokken” Zo…( doet voor hoe je enorm schrikt) Snap je? Leentje Waarom doet gij zo? ( ze doet voor hoe Dolf net deed ..) Dolf Ik wilde je uitleggen wat ro…..nou ja , laat maar. Dat klinkt niet flex. Maar ik vind het wel vet cool dat ik voor de tweede keer in de Middeleeuwen ben beland. Leentje V-vet cool? Dolf Nou, echt vet is het niet want ik had mezelf naar de toekomst willen projecteren maar er is weer eens iets misgegaan…Nou ja, het zal wel weer in orde komen, vorige keer kwam ik ook weer terug in mijn eigen tijd, dus zal het nu ook wel goed komen….Toch?...Goed. Maarre…als ik hier zo eens rondkijk, dan denk ik dat ik verder in de tijd zit dan de vorige keer. Laat me raden….. De kruistochten zijn intussen achter de rug, denk ik zo…klopt dat? Leentje (maakt een kruis) Kruistochten? W-wat bedoelt ge? Dolf Die zinloze tochten naar het Zuiden. Naar de heilige stad. Eigenlijk gewoon een veredeld woord voor oorlog voeren. Het lijkt op Risk: wie verovert het land?? De christelijke of de Moslim? Bah! Wat een zinloze ruzie! Geruzie om het geloof is gewoon domme shit.(slaat Leentje op haar schouders) Wat jij? Leentje d-omm-e s-shi-t? Dolf ja, ik bedoel dat we elkaar met rust moeten laten; gewoon in vrede leven. Leentje Vrede? Ja, ….ik weet wat vrede is. Dolf Mooi zo. ( kijkt om zich heen) Zitten we toch nog op één lijn. Leentje ( kijkt om zich heen) Eén lijn?... Dolf Ik bedoel dat we het met elkaar eens zijn. Leentje Waar komt gij vandaan? Dolf Ik kan wel zeggen: van heeeeeel ver weg, haha. Je wil niet weten hoe ver weg! Leentje Gij bent een zonderling. Dolf Zo kun je het noemen. Leentje Gij hebt vreemde kleding aan. Dolf Het is maar wat je vreemd noemt…Heb je al eens naar jezelf gekeken? Leentje ( beschaamd) Zie ik er zo raar uit? Dolf Eens even kijken…Nee, hoor! Je ziet er wel aardig uit voor iemand die al zo oud is, hahaha Leentje Oud? Ik ben pas 25 lentes jong. Dolf Je bent zo ongeveer…..even denken……. 500 jaar ouder dan ik ben. Leentje Gij praat raar. Waar komt gij vandaan? Dolf (lichtelijk geheimzinnig, zachtjes) …van de toekomst (Leentje kijkt hem vragend aan) Ja, daar sta je van te kijken, hè! De eerste keer kon ik het ook niet geloven , hoor! Maar het is toch echt waar. Je kunt wel zeggen dat wij samen last hebben van een….hoe zal ik het zeggen…. een generatiekloof, hahaha. (tegen zichzelf) Die kloof is wel heeeeel erg groot.
Leentje wordt steeds banger van Dolf en doet een stap achteruit.
Dolf Och, wat stom van me, ik heb me nog geeneens voorgesteld. ( steekt zijn hand uit, Leentje steekt voorzichtig haar hand naar voren) Ik ben Dolf. Leentje Leentje. Waar komt gij vandaan? Dolf (wijst naar de grond) Ik kom hiervandaan. Leentje ( kijkt zeer verbaasd naar de grond) Hoe bent gij hier uitgekomen? Dolf Ik kom van deze stad, ben er geboren en getogen. Ik woon er al zo’n 17 jaar. Leentje Dat kan niet, ik heb je nog nooit in onze stad gezien. Dolf Klopt, ik ben in een andere tijd geboren. Ik kom van de toekomst. Leentje ( schrikt terug) Gij bent de DUIVEL! GIJ hebt die koek behekst! (draait weg van Dolf, valt biddend op haar knieën) Genade, genade O Heer, allemachtig, bescherm me en ik zal nooit meer zondigen. Laat me niet meevoeren met het kwaad en bescherm me tot in eeuwigheid. Amen. ( begint weer opnieuw) Genade, genade O Heer allema…… Dolf (onderbreekt haar) …Ik doe je niets hoor! Neeltje ( begint weer opnieuw) Genade, genade, O Heer allemachtig, bescherm me en ik zal nooit meer zondigen. Laat me niet meevoeren met het kwaad en bescherm me tot in eeuwigheid. Amen. Genade, genade O…………………
Terwijl Leentje druk bezig is met bidden en niet meer schijnt te stoppen, haalt Dolf zijn schouders een keer op.
Dolf ( meer tegen zichzelf dan tegen Leentje want zij luistert niet naar hem en gaat door met bidden) Nou ja, als je niks zinnigs te vertellen hebt, ga ik de boel hier even verkennen.
Dolf besluit om haar maar even met rust te laten en de omgeving wat te verkennen. Hij loopt naar haar huis toe en gaat door de deur af die Leentje op een kier open heeft laten staan. Leentje heeft dit niet gezien en bidt steevast door. Aelwijn komt weer naar buiten en ziet Leentje op haar knieen bidden. Hij bekijkt haar verbaasd, loopt naar haar toe en tikt op haar schouder. Leentje schrikt hevig en slaakt een gil.
Leentje Ahhh! Raak me niet aan! Voer me niet mee. Blijf van me af, algengebroed! Aelwijn Nou zeg, waarom doet gij nu onvriendelijk tegen me?
Wanneer Leentje ontdekt dat het Aelwijn is, omhelst ze hem stevig.
Leentje O Aelwijn, laat me niet meer los. Aelwijn ( kijkt onbeholpen richting zijn ouderlijk huis, bang dat zijn ouders dit zien) Wat is er aan de hand? Leentje De duivel is hier! Aelwijn ( schrikt terug) D-de d-duivel? Leentje Ja, hij ziet er heel raar uit, heeft vreemde kleding aan, stekels op zijn hoofd en vuurspuwende voeten! Hij komt me halen. Aelwijn (kijkt rond) Ik denk dat gij uw vergist. Leentje Nee, ik vergis me niet! Hij komt me halen. Aelwijn Maar hier is niemand. Leentje (verbaasd, toch opgelucht, rondkijkend) Is hij weg? Aelwijn ( geruststellend) Wij zijn alleen met zijn tweeën. Gij moet u niet gek laten maken door de praat van het volk. Dan gaat gij enge dingen zien die er niet zijn. Leentje Maar ik weet zeker dat ik met hem sprak.( ratelt aan een stuk door) Hij wilde me in stukken hakken om een koek van me te maken. Die koek geeft hij aan kinderen en die worden allemaal ziek. Dan gaan ze dood en eet hij ze op. Hij heeft de Pest in ons land gebracht. En nu krijg ik de schuld dat…… Aelwijn Leentje, stop! ( Leentje stopt abrupt) Gij praat wartaal. ( voelt aan haar voorhoofd, bezorgd) Hebt gij koorts? Gij ijlt en hebt het zweet op uw voorhoofd staan.
Beerte links op, gevolgd door Aliken en Hildegonde, niet gezien door Leentje en Aelwijn.
Leentje Ik zweet van angst. Die duivel kan zo terugkomen en dan………. Hildegond ( onderbreekt haar) Zie ge wel! Ze heeft een pact met de duivel. Aliken Nu weten we het zeker. Ze moet worden geroosterd op de brandstapel. Hildegond Of het water in, vastgebonden aan een steen zodat ze nooit meer boven komt.
Aelwijn neemt Leentje in zijn armen en kijkt het tweetal met een boze blik aan, Leentje huivert.
Aliken De brandstapel is het beste. Onder water kunnen we niet zien of ze ook echt dood is. Hildegond Maar voor de brandstapel hebt ge takken en vuur nodig, om haar te verdrinken hebben we alleen een steen nodig. Aliken Maar als we haar verbranden kunnen we er langer naar kijken. Onder water zien we niets. Hildegond Tja, een moeilijke keuze. Wat is het beste? Aliken Zullen we haar zelf laten kiezen? Hildegond Ja! We laten haar zelf kiezen! Leentje Laat me met rust! Hildegond Helaas, die keuze is er niet. Je kunt kiezen uit 1.de brandstapel 2. verdrinking of 3.verbannen worden uit deze stad. Aliken Maar bij keuze 3. wordt ge alsnog in de dichtstbijzijnde sloot geworpen. (hoongelach van het tweetal) Aelwijn Laat Leentje met rust, domme wichten. Aliken Gij moet haar niet steunen. Ze is een gemene heks! Hildegond ( tegen Leentje) Tover je duivel maar te voorschijn. Misschien kan hij je helpen. Aelwijn ( heeft zich de hele tijd geërgerd en wordt nu echt boos) Verdwijn, roddelaars. Leentje is onschuldig. Aliken Onschuldig? Ze heeft jou ook betoverd! Aelwijn Verdwijn! En snel, anders …… Aliken …….worden we betoverd? ( tegen Hildegond) Kom, we gaan. Het is hier des duivels. Hildegond We laten het er niet bij zitten. We gaan naar de kasteelheer. We zullen zorgen dat gij morgen berecht wordt. Aliken En dat gij wordt gefolterd tot de dood erop volgt. Hildegond ( tegen Aelwijn, terwijl ze links afgaan)) Als ik jou was, zou ik zorgen dat ik snel bij haar weg ging, anders krijgt gij problemen.
Aliken en Hildegond links af.
Leentje Ze hebben gelijk, gij komt zo ook in de problemen. Aelwijn Daar kunt gij niets aan doen, ik weet dat ge onschuldig bent. Leentje Maar als zij naar de inquisitie gaan, word ik morgen berecht en kom ik op de brandstapel. En gij misschien ook! Aelwijn We moeten je onschuld bewijzen. Leentje Maar hoe dan? De jonge Calzijn is doodziek. Ik kan hem niet beter maken.
Dolf komt uit het huis van Leentje, heeft een rieten mand in zijn hand die half af is..
Dolf Een groot verschil met de 21e eeuw! Ik zit toch liever achter de pc dan rieten manden te vlechten.( loopt naar Leentje) Kun je mij uitleggen hoe je dat doet? Leentje ( roept) Dat is ie!! De duivel! Dolf ( kijkt om en dan weer naar Leentje) Heb je het tegen mij? Nou ja, ik heb liever dat je me duivel noemt dan ‘loser’. Ik mis alleen mijn horentjes ( maakt met zijn vingers twee horentjes en produceert een grillig geluid. Leentje en Aelwijn deinzen achteruit) Grapje! Aelwijn Wie bent gij, waar komt gij vandaan en wat doet gij hier? Dolf Ho! 1 Vraag tegelijkertijd. Ik ben Dolf en ben met een tijdmachine bij jullie aanbeland. Aelwijn Een tijdmachine? Dolf Ik kom van de toekomst. Zo’n 500 jaar later. Aelwijn Dat bestaat niet. Dolf Het klinkt raar maar het is echt zo. Aelwijn Wat komt ge hier dan doen? Dolf In de tijd reizen is gewoon leuk, moet je ook eens doen! Zo zie je nog eens wat van de wereld. Aelwijn Bewijs maar dat gij van een andere wereld bent. Dolf Wat wil je weten? Aelwijn Hoe komen we van de pest af? Dolf ( gedecideerd) Alle ratten uitroeien. Aelwijn Ratten? Wat hebben die nou met de Pest te maken? Dolf Zij brengen de ziekte over naar anderen en voor je het weet… gaat de hele stad er aan ten onder. Aelwijn Onzin. Neeltje De pest is Gods straf. Aelwijn Of duivelswerk, maar niet van dieren. Dolf O jawel, wij noemen het ook wel rattenpest. 500 jaar later heb je de kippengriep, gekke koeien ziekte, vogelpest, hondsdolheid, schapenschurft, paardenziekte, olifantenhuid en de varkensgriep. De laatste komt trouwens uit Mexico. Leentje Wat is Mexico? Dolf Een groot land aan de andere kant van de oceaan. Maar dat kennen jullie nog niet. Columbus heeft Amerika al wel ontdekt. Die sok denkt dat hij in Indië is geweest en nu heten de mensen daar indianen. Maar dat is hier ook niet bekend. Jullie missen de krant en internet. ( Leentje en Aelwijn kijken elkaar vragen aan) Aelwijn Hoe heeft hij gereisd? Dolf Met een schip. Hij heeft wat geld gekregen van de Spaanse koningin en voilà, meneer kon naam maken. Leentje Is hij niet van de aarde gevallen? Dolf Hahahaha, geloven jullie echt dat de aarde plat is? Dat vind ik nou zo stom, hè. De oude Grieken wisten al dat de aarde rond is en jullie zijn dat weer vergeten. Aelwijn Waarom ziet gij er zo raar uit? Dolf Dat is nou de mode, hè! In onze tijd koop je zoiets in winkels. Leentje (wijst naar de schoenen) En dat daar, komt daar iets uit? Dolf Nou…mijn tenen als ze versleten zijn. Aelwijn (wordt steeds nieuwsgieriger, wijst horloge aan) En dit? Dolf Mijn horloge. Mooi, hè? In de tijd gereisd en hij loopt nog steeds. Leentje Waar loopt die dan heen? Dolf Goed. Genoeg gezegd. Nu wil ik wel eens iets van jullie weten. Waarom denk jij dat ik een duivel ben en iets met een behekste koek te maken heb? Leentje De mensen in de stad beschuldigen mij van hekserij omdat een kind erg ziek werd na het eten van mijn koek. Dolf Wat was de houdbaarheidsdatum? Leentje De wat? Ik had gisteren een koek gebakken en Calzijn lustte wel een stukje. Had ik hem maar niks gegeven. Dolf Tja, dat is nou te laat. Waar woont die jongen? Leentje Hier om de hoek , het tweede huis na de smid. Dolf Ik zal er eens gaan kijken, misschien kan ik wel helpen. Leentje Was het maar waar. Het is al te laat ( paniekerig) Morgen word ik vast en zeker verbrand. Dolf ( luchtig) Ik kan het allicht proberen. Erger dan dit kan het niet worden.
Leentje huilt en wordt getroost door Aelwijn.
Dolf Ik ga een ommetje maken.
Dolf af. Aelwijn en Leentje blijven achter.
Leentje Wat gaat hij doen? Aelwijn Hij gaat iets maken, maar ik weet niet wat.
Deur gaat open en Helena komt door de opening gekeken.
Helena Aelwijn!! Staat gij nou weer bij dat mens? Naar binnen komen!! Aelwijn (tegen Leentje) Ik zal maar vlug gaan ( Leentje knikt).
Aelwijn naar binnen. Helena kijkt met een boze blik naar Leentje en gooit de deur dicht. Leentje blijft alleen achter. Onder Middeleeuwse klanken pakt ze de rieten mand op die Dolf er neergezet heeft en ze verdwijnt ermee in haar huisje.
Beide schoffies op. Ze smijten enkele stenen tegen de deur.
Schoffie 1 Vuile heks! Schoffie 2 Iedereen betoveren, hè! Kunt ge wel! Schoffie 1 ( tegen schoffie 2) Morgen hangt ze! Schoffie 2 Hangen? Ze komt toch op de brandstapel?! Schoffie 1 Wijsneus. Schoffie 2 Nee gij. Schoffie 1 Ik heb gehoord dat ze morgen bij zonsopgang berecht wordt. Schoffie 2 Daar wil ik bij zijn! Schoffie 1 ( terwijl ze afgaan) Zullen we er samen heengaan?
Schoffies af.
...............................................................HOE DIT AFLOOPT ? ..................................................................... |
||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
![]() |
|||||||||||
|
|