scriptvoorbeeld "EEUWig IN DE WAR"

 

 

EEUWig IN DE WAR

 

Spelers

 

Minimaal 10 Spelers.                                                                                                                     

1 jongen, 4 mannen, 5 vrouwen.

En eventueel 2 jongens.

 

Rolverdeling

 

Leentje

Vrouw die verdacht wordt van hekserij, 25 jaar

Beerte

Dochter van de schoenmaker, moet bedelen van vader,   20 - 25 jaar

Bezwout

Helena

Aelwijn

Buurman van Leentje, 40 – 50  jaar

Buurvrouw van Leentje, 40 – 50 jaar

Hun zoon, ong. 20 jaar

Calzijn

Dolf

Hildegond

Aliken

Bernard van Merode

Jongen die de koek eet, ong. 8 jaar

Jongen in spijkerbroek en moderne, felle schoenen, relaxt en eigentijds, 17 jaar
Vrouw, roddelaarster, 30 – 50 jaar

Vrouw, roddelaarster, 30 - 50  jaar

Landheer 

Schoffie 1

Schoffie 2

Schoffies (kunnen evt. ook weggelaten worden)

 

Decor

Twee middeleeuwse huisjes met deur. Het stuk speelt zich op straat af.

 

Korte inhoud

Leentje wordt verdacht van hekserij. Het volk wil haar op de brandstapel.

Gelukkig krijgt ze hulp vanuit een onverwachte hoek. En wel van….iemand uit de 21e eeuw.

 

Duur

Ruim 50 minuten.

 

Genre

Komedie

 

Het stuk vangt aan met Middeleeuwse muziek. Van links komen twee schoffies op met modder ( of rijpe tomaat) in hun handen.

 

Schoffie 1       ( wijst naar Leentjes deur) Hier woont ze.

Schoffie 2       Vuile heks!

 

Ze smijten de modder/tomaat tegen de deur van Leentjes huis.

 

Schoffie 1       Dat is haar verdiende loon.

Schoffie 2       Wat heeft ze eigenlijk gedaan?

Schoffie 1       Dat weet ik niet precies, maar het is zeker dat ze een heks is.

Schoffie 2       ( terwijl beiden rechts afgaan) Ik ben bang van heksen.

Schoffie 1       Ze zeggen dat die ’s nachts met hun bezem rondvliegen,

Schoffie 2       En strooien dan duivelse poeder op onze huizen.

 

De schoffies zijn rechts  af.

 

Het is stil op straat wanneer er van links een vrouw ( Beerte) in oude lompen verschijnt. Ze kijkt om zich heen, legt een stoffen zak voor haar neer, knielt en gaat vervolgens op haar onderbenen zitten. Haar rok legt ze erover heen zodat het net lijkt of ze geen benen heeft. Van de stoffen zak heeft ze een soort geldkommetje gemaakt. Haar gezicht verschuilt ze onder het hoofddoek.

 

* Hier is de mogelijkheid om figuranten als passanten door de straat laten lopen die op haar reageren of haar ontwijken.

 

Bezwout komt aangelopen.

 

Beerte             Schone man, heb meelij met mij

                        Geef een muntstuk en maak me blij

                        Ik kan lopen noch staan

                        Zonder benen kan ik niet gaan

                        Nergens krijg ik werk

                        Zelfs niet in klooster of kerk

                        Ik ben een arme vrouw en kan niet lopen

                        Help me, help me om een brood te kopen.

Bezwout         Ge zult uw eigen moeten helpen. Ik heb niks te makken. Wat denkt ge wel niet! Ik moet hard werken voor het zure brood. Als ik iets weggeef wordt dat mijn dood. ( naar publiek toe) Hé! Ik kan ook rijmen! ( tegen Beerte) Dus vrouw, ge zult iets anders moeten verzinnen dan dat bedelarijgedoe. (kijkt haar eens goed aan, Beerte verstopt haar gezicht achter het doek maar Bezwout doet het doek opzij) Maar ik weet wie gij zijt! De dochter van de schoenmaker! Ik zag u gisteren nog door de straten lopen. Verdient uw vader niet genoeg om te zorgen voor zijn dochter? Gij bent niet kreupel, gij spot met de minderbedeelden! Schaamt u!

 

Beerte doet haar hoofd beschaamd omlaag.

 

Beerte             Het spijt me, heer Bezwout. Mijn vader is streng. Hij jaagt me de straat op om geld te verdienen als dame van lichte zeden. Maar dat wil ik niet, stel je voor dat ik de pest krijg!

Daarom doe ik alsof ik kreupel ben en hoop zo geld bijeen te sprokkelen. Als ik maar met munten thuiskom, dan is mijn vader tevreden.

Bezwout         Als je me die dienst had gegeven, zou ik je wel wat hebben gegeven.

Beerte             Maar heer Bezwout! Gij hoort toch bij Helena, uw vrouw?!

 

Helena komt uit de deur naar buiten.

 

Helena            Bezwout? ( ziet hem) Ha, daar bent gij. Schiet maar eens op, de pap wordt koud. ( ziet Beerte) Wie bent gij?

Beerte             ( Beerte verschuilt haar gezicht weer onder haar hoofddoek)

Schone vrouw, heb meelij

Geef een muntstuk aan mij

                        Ik ben een arme vrouw en kan niet lopen

                        Help me om een brood te kopen.

Helena            Och mens, we moeten zelf hard werken voor ons brood. Dat geven we niet zomaar weg aan een bedelares. Vooruit, scheer je weg, voddenwijf!

 

Beerte blijft zitten.

 

Helena            Wat zeg ik nou? Ga ergens anders schooien. Als gij hier maar verdwijnt!

Bezwout         Ze zegt dat ze niet kan lopen.

Helena            Ze kan niet lopen? Maak dat de kat wijs! Hoe bent gij dan hier gekomen? (dreigend) Wacht maar eens, ik zal zorgen dat gij dadelijk heel hard zult lopen. (roept) Ik zou maar snel wegwezen, voordat ik terug ben!

 

Helena weer naar binnen.

 

Beerte             ( nieuwsgierig) Wat gaat zij doen?

Bezwout         Wat ze altijd doet met zwervers….

Beerte             En dat is?

Bezwout         ( overdreven) Ze pakt een grote ketel met gloeiend heet water en gooit dat over je heen.

Beerte             Nee toch!?

Bezwout         Ja, echt! Als je geluk hebt tenminste, want het kan ook een pot hete olie zijn!

Beerte             Olie? (blijft standvastig zitten) Ze doet maar. Al gooit ze zwarte pek over me heen, ik b-l-ij-f zitten!

 

Helena komt weer naar buiten.

 

Helena            Is ze weg?

Bezwout         Nee, uwe slimme list werkt deze keer niet. Ze trapt er niet in.

Helena            (tegen Beerte) Vort, wegwezen gij! Als ge niet snel weggaat, zult gij het niet overleven. Ik ga nu een pot hete olie halen. Dus zorg maar dat ge dadelijk verdwenen bent.(maakt aanstalten om weer naar binnen te gaan)

Beerte            Daar trap ik niet in. Gij gaat geen olie aan mij verspillen,veel te kostbaar! Ge zult iets anders moeten verzinnen om mij weg te jagen.

Helena            ( wordt boos) Ga van onze straat af! Wij wonen hier!

Beerte             Deze straat is niet van jullie maar van de landheer ( wijst richting linksboven) die daar boven in het kasteel woont.

Helena            Ik wil geen bedelares voor mijn deur!

Bezwout         ( sust Helena, dan tegen Beerte) Klop maar aan bij onze buurvrouw. Die zal je wel wat geven. En anders vraagt ze wel raad aan de duivel.

 

Beerte schrikt overeind. Bij deze woorden gaat ze wel staan.

 

Beerte             ( verschrikt) D-de duivel!?

Bezwout         Ja, Leentje is bezeten!

Helena            Ze is een heks! Ze heeft de kleine jongen Calzijn vergiftigd.

Bezwout         Het is gisteren gebeurd, toen ze buiten aan het vegen was……

 

Binnentheater: Het gedeelte waar Helena, Bezwout en Beerte staan verdonkerd. Spot richt zich op Leentje die voor haar huis gaat vegen. Calzijn komt op, spelend met zijn tol.

Straattheater: Helena, Bezwout en Beerte “bevriezen”. Leentje komt uit haar huis om haar stoep te vegen. Calzijn komt op, spelend met zijn tol.

 

Calzijn            Hallo Leentje.

Leentje            Dag Calzijn, hoe gaat het met je jongen?

Calzijn            Niet zo goed, we hebben niets meer te eten. Mama heeft me de straat op gestuurd om te bedelen. Maar mijn maag knort de hele tijd, ik heb zo’n erge honger.

Leentje            Maar jongen toch, hebben jullie geen munten meer om een stuk brood te kopen?

Calzijn            Nee, mama moet veel belasting betalen aan de landheer. Ze houdt niet genoeg over om brood te bakken voor ons allemaal.

Leentje            Och arme jongen, dan heb je vast honger. Maar misschien kan ik je helpen. Ik heb gisteren koek gebakken en ik heb nog wel een stuk over. Lust je dat?

Calzijn            O ja, ik ben dol op koek! Dat zal mijn honger wel stillen.

Leentje            Kom dan maar mee naar binnen, dan krijg je er een..

 

Binnentheater: Leentje met Calzijn naar binnen, licht aan bij Helena, Bezwout en Beerte.

Straattheater: Leentje met Calzijn naar binnen, de drie anderen komen weer in beweging.

 

Bezwout         Ze gingen samen naar binnen en Calzijn kwam terug met een stuk koek wat hij gretig opat en vanochtend… was hij doodziek!

Helena            Ge vertelt het niet goed want het is nog veel erger! Luister maar……. Ze kwam naar buiten toen de jonge Calzijn aan kwam lopen……

 

Binnentheater: Bij Helena, Bezwout en Beerte wordt het donker, spot op de deur van Leentjes huis. Leentje komt naar buiten en gaat vegen. Calzijn komt eraan met tol.

Straattheater: Helena, Bezwout en Berte “bevriezen”, Leentje komt naar buiten , Calzijn komt eraan met tol.

 

Calzijn            Hallo, Leentje.

Leentje            Dag Calzijn, hoe gaat het met je jongen?

Calzijn            Goed! Ik ben met mijn tol aan het spelen.

Leentje            Ik heb een lekkere koek gebakken. Wil je een stuk?

Calzijn            Ik heb net gegeten en mama zegt dat ik niets van anderen aan mag nemen.

Leentje            Maar mijn koek is heel lekker.Toe, proef een stukje…

Calzijn            Nee! Ik ben een gehoorzaam ventje. Ik luister altijd naar mijn ouders.

Leentje            (dreigend) Gij zult een stuk koek pakken! Of ge wilt of niet! Eet!

 

Leentje propt een stuk koek in Calzijns mond.

 

Leentje            Lekker, he!! Ha ha ha. En morgen zult gij ziek zijn, ha ha ha.

 

Leentje af in haar huis, Calzijn holt huilend weg.

Binnentheater: Spot uit, licht aan bij Helena, Bezwout en Beerte.

Straattheater: het drietal komt weer in beweging.

 

Helena            ( vertelt  verder) En zo dwong ze de arme jongen om een koek te eten. Gisteravond werd hij ziek en nu ligt hij al op sterven!

Beerte             (ontdaan) M-maar dat is verschrikkelijk!

Helena            Dat is het zeker! Maar wel de harde waarheid! Iedereen moet het weten: onze buurvrouw is een heks!

Beerte             ( wordt bang) I-ik geloof dat ik maar eens ga, i-ik heb het nog druk vandaag.

Bezwout         Ga maar gauw, voordat ze uit haar huis komt en jou ook betovert!

 

Beerte gaat er snel vandoor, rechts af terwijl Aelwijn van links opkomt.

 

Aelwijn           Vader, moeder! Wie is die vrouw die er zo snel vandoor gaat?

Bezwout         Dat is Beerte, de dochter van de schoenmaker.

Aelwijn           De dochter van de schoenmaker? Zij? Ze lijkt wel een zwerfster! Wat deed ze hier op straat?

Bezwout         Ze is een hoer, mijn jongen! Een echte hoer. Dus pas maar op!

Aelwijn           ( verbaasd) Dat had ik nooit van haar gedacht.

Helena            Wat je vader zegt is waar. Blijf uit haar buurt, voor je het weet hebt ge een enge ziekte!

Aelwijn           Over ziekte gesproken, hoe is het met de jonge Calzijn?

Bezwout         Slecht.

Helena            Nog erger dan slecht. Hij is doodziek!

Bezwout         Hij heeft zwarte vlekken op zijn arm.

Helena            …..en bulten onder zijn oksel.

Bezwout         Ze zeggen dat hij de Pest heeft!!

Aelwijn           De Pest? ( in  paniek) Heerst de Pest weer?

Helena            De ellende is weer begonnen! Wat ik je zeg! Door die koek is de Pest weer in het land!

Aelwijn           Koek?

Helena            Leentje gaf een behekste koek aan Calzijn en nu is hij doodziek.

Aelwijn           En Leentje krijgt daar de schuld van?

Helena            Natuurlijk want zij heeft ‘t ook gedaan!

Bezwout         Het is duivelswerk!

Helena            Precies!

Aelwijn           ( gelooft het niet) Misschien is er een andere reden waarom Calzijn ziek is?

Bezwout         Ik denk het niet, wat gij vrouw?

Helena            Was het maar waar! Hoor wat ik je zeg, de buurvrouw is een heks. Zij is de dader, die duivelin! Zij heeft Calzijn vergiftigd! En…zowaar ik het zeg….blijf uit haar buurt!! Voor ge het weet maakt ze jou ook ziek!

Aelwijn           Nou nou, zo’n vaart zal het niet lopen….

Bezwout         Pas maar op jongen, ik wil niet dat gij nog contact met haar hebt.

Aelwijn           Maar Leentje is gewoon een aardige buurvrouw! Ik heb het altijd goed met haar kunnen vinden. Mag ik haar nu ineens niet meer opzoeken? Alleen maar omdat jullie zo iets stoms bedenken?

Helena            We bedenken niets, het is echt waar! Aliken heeft het gezien!

Aelwijn           Maar Aliken is de grootste roddelaarster van de stad! Ge moet haar niet geloven.

Helena            Ze is niet de enige, Hildegond heeft het ook gezien.

Aelwijn           Welja, Aliken en Hildegond zijn vriendinnen. Twee handen op een buik. Wat de een zegt, gelooft de ander ook. Als ik u was zou ik eens met Leentje gaan praten en vragen hoe het zit. Misschien kan zij de waarheid vertellen.

Helena            Praten? Met haar? ( kijkt richting Leentjes huis en houdt dan haar wijsvinger voor haar lippen, ze waant om stilte) Pas maar op dat ze het niet hoort anders bent gij het volgende slachtoffer en krijgen we straks allemaal de pest!

Aelwijn           Leentje die zorgt dat ik de Pest krijg? Laat me niet lachen. Ze is onschuldig. Daar ben ik van overtuigd. Voor haar steek ik mijn handen in het vuur.

Bezwout         Niet doen, jongen! Anders verbrandt gij ze en kunt gij uw handen niet meer gebruiken om te werken. Dan moeten wij ook aan het bedelen gaan.

Helena            Vooruit! We gaan naar binnen,we moeten nog eten. (Kijkt naar boven) En snel ook want de zon staat al hoog aan de hemel, we moeten nog oogsten.

 

Het drietal gaat af, Helena als laatste.

 

Aelwijn           We eten toch niet weer gortepap, hè?

Bezwout         Niet zeuren, jongen. Gortepap is gezond. Kom, vooruit, naar binnen.

 

Aelwijn en Bezwout zijn het huis ingegaan, Helena wil het huis binnengaan, net op dat moment komt Leentje op, met bezem. Helena kijkt haar

smerig aan, Leentje heeft een vriendelijke blik.

 

Leentje            Dag buurvrouw. Hoe gaat het?

 

Helena zegt niets en snelt naar binnen.

 

Leentje            (haalt haar schouders op) Ook goedemorgen, zeg! ( Leentje gaat haar stoep vegen, mijmerend ) Een beetje vriendelijkheid kan er niet meer af. Misschien zit ze in haar maand, dat zal de oorzaak zijn. Twee dagen geleden kwam Helena nog, zoals gewoonlijk, weer wat lenen bij me. Ze neemt mijn naam dan toch wel heel erg letterlijk. Leentje. Waarom moest ik zonodig deze naam krijgen? Vroeger was Leentje wel leuk. Maar als je volwassen bent, wordt je moe van dat ge-tje achter je naam – pje.

 

 Er komen twee vrouwen voorbij, al roddelend en wijzend naar Leentje.

 

Leentje            Goedemorgen Aliken en Hildegond. Genieten jullie ook zo van het weer?

Aliken             Waag het niet om ons bij naam te noemen! Ge wilt ons zeker ook beheksen, hè?!

Hildegond      Ge blijft met je duivelse tengels van ons af!

Aliken             ( tegen Hildegond, wijzend naar Leentje) Ziet ge wel, ze is weer met die bezem bezig. ’s Nachts vliegt ze ermee rond.

Hildegond      ….om bevloekte spreuken over onze huizen te strooien! Geef het maar toe, duivelse, akelige, godslasterende heks!

Leentje            ( totaal beduusd en ontdaan) W-waar hebben jullie het over? Wat heb ik misdaan?

Aliken             ( imiteert Leentje) W-waar hebben jullie het over? Wat heb ik misdaan?

                        Zie je wel! Ze is een echte heks. Die spelen altijd de onschuldige. (tegen Leentje) En dat is het bewijs dat gij er een bent!

Hildegond      Beïnvloed door de duivel, misschien ook wel door hem ontmaagd!

Aliken             ( overdreven) Ohhh!

Leentje            Zeg me alsjeblieft dat dit een grapje is. Waar hebben jullie het in godsnaam over?

Aliken             In Godsnaam? In GODSNAAM!? Hoe durf je Gods naam te gebruiken, gevloekte duivelin!

Leentje            Ik ga trouw elke ochtend naar de kerk. Ik bid drie keer per dag en ik probeer niet te zondigen. Waarom doen jullie zo tegen mij?

Hildegond      Het is schandalig dat jij je nog in de kerk durft te vertonen. Gij….gij brenger van de Pest! Gij wilt ons laten sterven, geef het maar toe.

Leentje            M-m-maar………….

Aliken             ( tegen Hildegond) Hoor je dat? Ze gaat ervan stotteren, die feeks. ( tegen Leentje) ik waarschuw je, van mijn kinderen blijft gij af! Als ge onze Gilken en Niese ooit een koek waagt te geven, ben ik nog niet klaar met je! Let op mijn woorden!!

 

Aelwijn op.

 

Hildegond      Kom Aliken, ik wil hier snel weg. Ik wil niets met die feeks te maken hebben. (spuugt richting Leentje)

 

Hildegond en Aliken af.

Leentje kijkt de vrouwen  totaal ontredderd en verbouwereerd na. Ze begint te huilen.

 

Aelwijn           Leentje. Hoe …(dan ziet hij dat Leentje huilt) Wat is er? ( Aelwijn loopt naar Leentje en legt zijn arm om haar schouder) Ik denk dat ik het al weet. Ze zeggen dat gij een heks bent, hè? ( Leentje knikt) Ze verzinnen maar wat. De boze tongen beweren dat gij een koek aan Calzijn hebt gegeven.

Leentje            (reageert verbaasd) Maar dat heb ik ook gedaan.

Aelwijn           Hebt gij hem wel een koek gegeven?

Leentje            Ja, wat is daar mis mee?

Aelwijn           Ze zeggen dat een behekste koek was.

Leentje            Helemaal niet! Het was een bestrooide koek met krenten. De jonge Calzijn had zo’n honger en ik wilde hem helpen.

Aelwijn           ( denkt na) Natuurlijk wilde gij hem helpen. Ik twijfel daar niet aan. Maar Calzijn is daarna erg ziek geworden. De mensen zeggen dat gij hem betoverd hebt.

Leentje            Betoverd? Ik zou niet weten hoe ik dat zou moeten doen!

Aelwijn           Hij kan zich niet meer bewegen. Hij schijnt te lijden aan de Pest.

Leentje            ( schrikt) De Pest? ( vraagt zich af) Hoe kan ik hem nou de Pest bezorgen?

 

Helena op. Ziet Aelwijn met Leentje en roept naar hem.

 

Helena            Aelwijn! Kom onmiddellijk hier!!

Aelwijn           M-maar…

Helena            HIER KOMEN!

Aelwijn           ( tegen Leentje) Ik moet gaan maar ik spreek je nog. Hou vol Leentje.

 

Aelwijn loopt naar Helena. Helena pakt hem bij zijn oren.

 

Helena            Naar binnen gij!

 

Aelwijn naar binnen. Helena ook en gooit de deur dicht. Leentje blijft ontredderd en alleen achter.

Even valt er een stilte.

Op dit moment komt Dolf ten tonele. Met special effect kan duidelijk gemaakt worden dat hij middels een (tijd)machine in de Middeleeuwen

komt.

 

Binnentheater: gebruik maken van geluid- en lichteffecten, evt. middels een wolk van rook Dolf laten verschijnen.

Straattheater: gebruikmaking van geluideffect, bv. Een soort “woesj”geluid waarop Dolf verschijnt. Eventueel komt hij met hoge snelheid vanachter het decor op en valt vlakbij Leentje op de grond.

 

Leentje schrikt overeind en staart verbaasd naar de jongen in spijkerbroek.

Dolf kijkt ook verbaasd om zich heen en ziet dan Leentje.

 

Dolf                Ben ik alweer in de Middeleeuwen beland?

Leentje            ( geschrokken door de plotselinge aanwezigheid van Dolf, niet begrijpend waar hij het over heeft) D-de Middeleeuwen?

Dolf                De Middeleeuwen, ja. Zo noemen we deze tijd in de geschiedenisboeken, maar dat kan jij natuurlijk niet weten (Leentje is stomverbaasd en bekijkt Dolf van top tot teen)

Leentje            W-wat ziet gij er vreemd uit!

Dolf                ( strijkt met zijn handen door zijn haren) Heb ik weer eens veel te veel gel in mijn haren gedaan, zeker? Ons mam zei het vanochtend nog: ( doet moeders stem na) “Dolf, als jij altijd zoveel gel in je haar doet, blijven ze nog eens voor eeuwig overeind staan of , in het ergste geval, vallen ze uit. En dan wordt je voor altijd kaal!”..

                        Tja, ik moet zeggen dat ik dat toch niet zo leuk zal vinden. (meer tegen zichzelf) Misschien moet ik toch eens wat minder gel gaan gebruiken, die pot is ook zo snel leeg, kost me trouwens ook handen vol geld… en dat geef ik toch liever aan het stappen uit!

Leentje            ( doet een stap achteruit, wordt bang) W-wie bent gij?

Dolf                ( komt tot de ontdekking dat het voor Leentje wel een rare ervaring zal zijn…..) Och verdorie!! Wat stom van me! Je bent je natuurlijk rot geschrokken van me!

Leentje            Rot?

Dolf                Ik bedoel “flink geschrokken” Zo…( doet voor hoe je enorm schrikt) Snap je?

Leentje            Waarom doet gij zo? ( ze doet voor hoe Dolf net deed ..)

Dolf                Ik wilde je uitleggen wat ro…..nou ja , laat maar. Dat klinkt niet flex. Maar ik vind het wel vet cool dat ik voor de tweede keer in de Middeleeuwen ben beland.

Leentje            V-vet cool?

Dolf                Nou, echt vet is het niet want ik had mezelf naar de toekomst willen projecteren maar er is weer eens iets misgegaan…Nou ja, het zal wel weer in orde komen, vorige keer kwam ik ook weer terug in mijn eigen tijd, dus zal het nu ook wel goed komen….Toch?...Goed. Maarre…als ik hier zo eens rondkijk, dan denk ik dat ik verder in de tijd zit dan de vorige keer. Laat me raden….. De kruistochten zijn intussen achter de rug, denk ik zo…klopt dat?

Leentje            (maakt een kruis) Kruistochten? W-wat bedoelt ge?

Dolf                Die zinloze tochten naar het Zuiden. Naar de heilige stad. Eigenlijk gewoon een veredeld woord voor oorlog voeren. Het lijkt op Risk: wie verovert het land?? De christelijke of de Moslim? Bah! Wat een zinloze ruzie! Geruzie om het geloof is gewoon domme shit.(slaat Leentje op haar schouders) Wat jij?

Leentje            d-omm-e s-shi-t?

Dolf                ja, ik bedoel dat we elkaar met rust moeten laten; gewoon in vrede leven.

Leentje            Vrede? Ja, ….ik weet wat vrede is.

Dolf                Mooi zo. ( kijkt om zich heen) Zitten we toch nog op één lijn.

Leentje            ( kijkt om zich heen) Eén lijn?...

Dolf                Ik bedoel dat we het met elkaar eens zijn.

Leentje            Waar komt gij vandaan?

Dolf                Ik kan wel zeggen: van heeeeeel ver weg, haha. Je wil niet weten hoe ver weg!

Leentje            Gij bent een zonderling.

Dolf                Zo kun je het noemen.

Leentje            Gij hebt vreemde kleding aan.

Dolf                Het is maar wat je vreemd noemt…Heb je al eens naar jezelf gekeken?

Leentje            ( beschaamd) Zie ik er zo raar uit?

Dolf                Eens even kijken…Nee, hoor! Je ziet er wel aardig uit voor iemand die al zo oud is, hahaha

Leentje            Oud? Ik ben pas 25 lentes jong.

Dolf                Je bent zo ongeveer…..even denken……. 500 jaar ouder dan ik ben.

Leentje            Gij praat raar. Waar komt gij vandaan?

Dolf                (lichtelijk geheimzinnig, zachtjes) …van de toekomst (Leentje kijkt hem vragend aan) Ja, daar sta je van te kijken, hè! De eerste keer kon ik het ook niet geloven , hoor! Maar het is toch echt waar. Je kunt wel zeggen dat wij samen last hebben van een….hoe zal ik het zeggen…. een generatiekloof, hahaha. (tegen zichzelf) Die kloof is wel heeeeel erg groot.

 

Leentje wordt steeds banger van Dolf en doet een stap achteruit.

 

Dolf                Och, wat stom van me, ik heb me nog geeneens voorgesteld. ( steekt zijn hand uit, Leentje steekt voorzichtig haar hand naar voren) Ik ben Dolf.

Leentje            Leentje. Waar komt gij vandaan?

Dolf                (wijst naar de grond) Ik kom hiervandaan.

Leentje            ( kijkt zeer verbaasd naar de grond) Hoe bent gij hier uitgekomen?

Dolf                Ik kom van deze stad, ben er geboren en getogen. Ik woon er al zo’n 17 jaar.

Leentje            Dat kan niet, ik heb je nog nooit in onze stad gezien.

Dolf                Klopt, ik ben in een andere tijd geboren. Ik kom van de  toekomst.

Leentje            ( schrikt terug) Gij bent de DUIVEL! GIJ hebt die koek behekst! (draait weg van Dolf, valt biddend op haar knieën) Genade, genade O Heer, allemachtig, bescherm me en ik zal nooit meer zondigen. Laat me niet meevoeren met het kwaad en bescherm me tot in eeuwigheid. Amen. ( begint weer opnieuw) Genade, genade O Heer allema……

Dolf                (onderbreekt haar) …Ik doe je niets hoor!

Neeltje            ( begint weer opnieuw) Genade, genade, O Heer allemachtig, bescherm me en ik zal nooit meer zondigen. Laat me niet meevoeren met het kwaad en bescherm me tot in eeuwigheid. Amen. Genade, genade O…………………

 

Terwijl Leentje druk bezig is met bidden en niet meer schijnt te stoppen, haalt Dolf zijn schouders een keer op.

 

Dolf                 ( meer tegen zichzelf dan tegen Leentje want zij luistert niet naar hem en gaat door met bidden) Nou ja, als je niks zinnigs te vertellen hebt, ga ik de boel hier even verkennen.

 

Dolf  besluit om haar maar even met rust te laten en de omgeving wat te verkennen. Hij loopt naar haar huis toe en gaat door de deur af die

Leentje op een kier open heeft laten staan. Leentje heeft dit niet gezien en bidt steevast door. Aelwijn komt weer naar buiten en ziet

Leentje op haar knieen bidden. Hij bekijkt haar verbaasd, loopt naar haar toe en tikt op haar schouder. Leentje schrikt hevig en slaakt een gil.

 

Leentje            Ahhh! Raak me niet aan! Voer me niet mee. Blijf van me af, algengebroed!

Aelwijn           Nou zeg, waarom doet gij nu onvriendelijk tegen me?

 

Wanneer Leentje ontdekt dat het Aelwijn is, omhelst ze hem stevig.

 

Leentje            O Aelwijn, laat me niet meer los.

Aelwijn           ( kijkt onbeholpen richting zijn ouderlijk huis, bang dat zijn ouders dit zien) Wat is er aan de hand?

Leentje            De duivel is hier!

Aelwijn           ( schrikt terug) D-de d-duivel?

Leentje            Ja, hij ziet er heel raar uit, heeft vreemde kleding aan, stekels op zijn hoofd en vuurspuwende voeten! Hij komt me halen.

Aelwijn           (kijkt rond) Ik denk dat gij uw vergist.

Leentje            Nee, ik vergis me niet! Hij komt me halen.

Aelwijn           Maar hier is niemand.

Leentje            (verbaasd, toch opgelucht, rondkijkend) Is hij weg?

Aelwijn           ( geruststellend) Wij zijn alleen met zijn tweeën. Gij moet u niet gek laten maken door de praat van het volk. Dan gaat gij enge dingen zien die er niet zijn.

Leentje            Maar ik weet zeker dat ik met hem sprak.( ratelt aan een stuk door)  Hij wilde me in stukken hakken om een koek van me te maken. Die koek geeft hij aan kinderen en die worden allemaal ziek. Dan gaan ze dood en eet hij ze op.

Hij heeft de Pest in ons land gebracht. En nu krijg ik de schuld dat……

Aelwijn           Leentje, stop! ( Leentje stopt abrupt) Gij praat wartaal. ( voelt aan haar voorhoofd, bezorgd) Hebt gij koorts? Gij ijlt en hebt het zweet op uw voorhoofd staan.

 

Beerte links op, gevolgd door Aliken en Hildegonde, niet gezien door Leentje en Aelwijn.

 

Leentje            Ik zweet van angst. Die duivel kan zo terugkomen en dan……….

Hildegond      ( onderbreekt haar) Zie ge wel! Ze heeft een pact met de duivel.

Aliken             Nu weten we het zeker. Ze moet worden geroosterd op de brandstapel.

Hildegond      Of het water in, vastgebonden aan een steen zodat ze nooit meer boven komt.

 

Aelwijn neemt Leentje in zijn armen en kijkt het tweetal met een boze blik aan, Leentje huivert.

 

Aliken             De brandstapel  is het beste. Onder water kunnen we niet zien of ze ook echt dood is.

Hildegond      Maar voor de brandstapel hebt ge takken en vuur nodig,  om haar te verdrinken hebben we alleen een steen nodig.

Aliken             Maar als we haar verbranden kunnen we er langer naar kijken. Onder water zien we niets.

Hildegond      Tja, een moeilijke keuze. Wat is het beste?

Aliken             Zullen we haar zelf laten kiezen?

Hildegond      Ja! We laten haar zelf kiezen!

Leentje            Laat me met rust!

Hildegond      Helaas, die keuze is er niet. Je kunt kiezen uit 1.de brandstapel 2. verdrinking of  3.verbannen worden uit deze stad.

Aliken             Maar bij keuze 3. wordt ge alsnog in de dichtstbijzijnde sloot geworpen. (hoongelach van het tweetal)

Aelwijn           Laat Leentje met rust, domme wichten.

Aliken             Gij moet haar niet steunen. Ze is een gemene heks!

Hildegond      ( tegen Leentje) Tover je duivel maar te voorschijn. Misschien kan hij je helpen.

Aelwijn           ( heeft zich de hele tijd geërgerd en wordt nu echt boos) Verdwijn, roddelaars. Leentje is onschuldig.

Aliken             Onschuldig? Ze heeft jou ook betoverd!

Aelwijn           Verdwijn! En snel, anders ……

Aliken             …….worden we betoverd? ( tegen Hildegond) Kom, we gaan. Het is hier des duivels.

Hildegond      We laten het er niet bij zitten. We gaan naar de kasteelheer. We zullen zorgen dat gij morgen berecht wordt.

Aliken             En dat gij wordt gefolterd tot de dood erop volgt.

Hildegond      ( tegen Aelwijn, terwijl ze links afgaan)) Als ik jou was, zou ik zorgen dat ik snel bij haar weg ging, anders krijgt gij problemen.

 

Aliken en Hildegond links af.

 

Leentje            Ze hebben gelijk, gij komt zo ook in de problemen.

Aelwijn           Daar kunt gij niets aan doen, ik weet dat ge onschuldig bent.

Leentje            Maar als zij naar de inquisitie gaan, word ik morgen berecht en kom ik op de brandstapel. En gij misschien ook!

Aelwijn           We moeten je onschuld bewijzen.

Leentje            Maar hoe dan? De jonge Calzijn is doodziek. Ik kan hem niet beter maken.

 

Dolf komt uit het huis van Leentje, heeft een rieten mand in zijn hand die half af is..

 

Dolf                Een groot verschil met de 21e eeuw! Ik zit toch liever achter de pc dan rieten manden te vlechten.( loopt naar Leentje) Kun je mij uitleggen hoe je dat doet?

Leentje            ( roept) Dat is ie!! De duivel!

Dolf                ( kijkt om en dan weer naar Leentje) Heb je het tegen mij? Nou ja, ik heb liever dat je me duivel noemt dan ‘loser’. Ik mis alleen mijn horentjes ( maakt met zijn vingers twee horentjes en produceert een grillig geluid. Leentje en Aelwijn deinzen achteruit) Grapje!

Aelwijn           Wie bent gij, waar komt gij vandaan en wat doet gij hier?

Dolf                Ho! 1 Vraag tegelijkertijd. Ik ben Dolf en ben met een tijdmachine bij jullie aanbeland.

Aelwijn           Een tijdmachine?

Dolf                Ik kom van de toekomst. Zo’n 500 jaar later.

Aelwijn           Dat bestaat niet.

Dolf                Het klinkt raar maar het is echt zo.

Aelwijn           Wat komt ge hier dan doen?

Dolf                In de tijd reizen is gewoon leuk, moet je ook eens doen! Zo zie je nog eens wat van de wereld.

Aelwijn           Bewijs maar dat gij van een andere wereld bent.

Dolf                Wat wil je weten?

Aelwijn           Hoe komen we van de pest af?

Dolf                ( gedecideerd) Alle ratten uitroeien.

Aelwijn           Ratten? Wat hebben die nou met de Pest te maken?

Dolf                Zij brengen de ziekte over naar anderen en voor je het weet… gaat de hele stad er aan ten onder.

Aelwijn           Onzin.

Neeltje            De pest is Gods straf.

Aelwijn           Of duivelswerk, maar niet van dieren.

Dolf                O jawel, wij noemen het ook wel rattenpest. 500 jaar later heb je de  kippengriep, gekke koeien ziekte, vogelpest, hondsdolheid, schapenschurft, paardenziekte, olifantenhuid en de varkensgriep. De laatste komt trouwens uit Mexico.

Leentje            Wat is Mexico?

Dolf                Een groot land aan de andere kant van de oceaan. Maar dat kennen jullie nog niet. Columbus heeft Amerika al wel ontdekt. Die sok denkt dat hij in Indië  is geweest en nu heten de mensen daar indianen. Maar dat is hier ook niet bekend. Jullie missen de krant en internet. ( Leentje en Aelwijn kijken elkaar vragen aan)

Aelwijn           Hoe heeft hij gereisd?

Dolf                Met een schip. Hij heeft wat geld gekregen van de Spaanse koningin en voilà, meneer kon naam maken.

Leentje            Is hij niet van de aarde gevallen?

Dolf                Hahahaha, geloven jullie echt dat de aarde plat is? Dat vind ik nou zo stom, hè. De oude Grieken wisten al dat de aarde rond is en jullie zijn dat weer vergeten.

Aelwijn           Waarom ziet gij er zo raar uit?

Dolf                Dat is nou de mode, hè! In onze tijd koop je zoiets in winkels.

Leentje            (wijst naar de schoenen) En dat daar, komt daar iets uit?

Dolf                Nou…mijn tenen als ze versleten zijn.

Aelwijn           (wordt steeds nieuwsgieriger, wijst horloge aan) En dit?

Dolf                Mijn horloge. Mooi, hè? In de tijd gereisd en hij loopt nog steeds.

Leentje            Waar loopt die dan heen?

Dolf                Goed. Genoeg gezegd. Nu wil ik wel eens iets van jullie weten. Waarom denk jij dat ik een duivel ben en iets met een behekste koek te maken heb?

Leentje            De mensen in de stad beschuldigen mij van hekserij omdat een kind erg ziek werd  na het eten van mijn koek.

Dolf                Wat was de houdbaarheidsdatum?

Leentje            De wat? Ik had gisteren een koek gebakken en Calzijn lustte wel een stukje. Had ik hem maar niks gegeven.

Dolf                Tja, dat is nou te laat. Waar woont die jongen?

Leentje            Hier om de hoek , het tweede huis na de smid.

Dolf                Ik zal er eens gaan kijken, misschien kan ik wel helpen.

Leentje            Was het maar waar. Het is al te laat ( paniekerig) Morgen word ik vast en zeker verbrand.

Dolf                ( luchtig) Ik kan het allicht proberen. Erger dan dit kan het niet worden.

 

Leentje huilt en wordt getroost door Aelwijn.

 

Dolf                Ik ga een ommetje maken.

 

Dolf af. Aelwijn en Leentje blijven achter.

 

Leentje            Wat gaat hij doen?

Aelwijn           Hij gaat iets maken, maar ik weet niet wat.

 

Deur gaat open en Helena komt door de opening gekeken.

 

Helena            Aelwijn!! Staat gij nou weer bij dat mens? Naar binnen komen!!

Aelwijn           (tegen Leentje) Ik zal maar vlug gaan ( Leentje knikt).

 

Aelwijn naar binnen. Helena kijkt met een boze blik naar Leentje en gooit de deur dicht. Leentje blijft alleen achter. Onder Middeleeuwse klanken pakt ze de rieten mand op die Dolf er neergezet heeft en ze verdwijnt ermee in haar huisje.

 

Beide schoffies op. Ze smijten enkele stenen tegen de deur.

 

Schoffie 1        Vuile heks!

Schoffie 2        Iedereen betoveren, hè! Kunt ge wel!

Schoffie 1        ( tegen schoffie 2) Morgen hangt ze!

Schoffie 2        Hangen? Ze komt toch op de brandstapel?!

Schoffie 1        Wijsneus.

Schoffie 2        Nee gij.

Schoffie 1        Ik heb gehoord dat ze morgen bij zonsopgang berecht wordt.

Schoffie 2        Daar wil ik bij zijn!

Schoffie 1        ( terwijl ze afgaan) Zullen we er samen heengaan?

 

Schoffies af.

 

...............................................................HOE DIT AFLOOPT ? .....................................................................